State of the Monument 2016

Jan van Heijningen

Het jaar 2016 is voor het erfgoed en in het bijzonder de momentenzorg een boeiend maar ook bewogen jaar geweest. Het Jheronimus Bosch-jaar leidde tot heel veel extra bezoek aan de oude stad. Naast de tentoonstelling wandelde iedereen door de stad. De bezoekers hadden veel waardering voor de historische stad, ze bewonderden de Sint-Jan tijdens de wonderlijke klim.

Historie en erfgoed

Historie en erfgoed hebben een grote aantrekkingskracht. Ook het raakvlak tussen actuele kunst en erfgoed is heel boeiend. Daarbij denk ik aan een fascinerend project tijdens het theaterfestival de Boulevard. Het gaat om de tijdelijke reconstructie door Olivier Grossetête in karton van de in 1584 verbrande middentoren van de Sint-Janskathedraal. Die stond er amper een dag op 13 en 14 augustus, maar heeft veel aandacht getrokken. Heden en verleden raken elkaar steeds weer, als tijdens de lichtshow Bosch by Night heel even de verdwenen houten gevels aan de oostkant van de Markt samenvallen met de bestaande gevels, oud en nieuw.

 Zorgen

Toch maken we ons als Stichting ’s-Hertogenbossche Monumentenzorg ook nog wel zorgen, dat is ook ons bestaansrecht. Hoe gaat het verder met de theaterplannen en de langzaam achteruitgaande bomen op de Parade?

Hoe lang blijft het GZG-terrein nog een rommelige, omheinde en ongeordende hoek van de stad? Wij zijn heel gelukkig met het gegeven dat hier direct achter de Gasthuispoort een groen plein komt dat herinnert aan de middeleeuwse binnenplaats van het ziekenhuis en tevens de fundamenten van de middeleeuwse kapel ongemoeid laat. Ook zijn we tevreden over de plannen voor het Gasthuiskwartier met een fijnmazig stratenpatroon, kleinschaligheid en een grote afwisseling van architectuur.

Dat is vooral zo belangrijk omdat we hier kunnen zien hoe intens de verwevenheid is van archeologische sporen met de hedendaagse ontwikkelingen. Maar wel opvallend dat in de stedenbouwkundige afweging die nu voorligt het vergrote Gasthuisplein nog niet is meegenomen, evenmin als de doorgetrokken Binnendieze. Komt dat nog, vragen wij ons af.

En, wat gaat er gebeuren met de schatkamer aan Bossche kunst, de Sint Cathrien?

Daarnaast willen wij ons graag mengen in de plannen voor de toekomst van de bomen op de Parade. In onze ogen is de enige duurzame optie het herplanten van een carré van toekomstbestendige bomen (linden of iepen) en een halt toeroepen aan de sluipende uitbouw van geheel of gedeeltelijk overdekte terrassen. Dan kunnen de onderpuien van de gevels worden hersteld en kan net als op de Markt worden uitgegaan van wegneembare winterterrassen. Dan ontstaat vanzelf meer ruimte in de zomer voor open terrassen.

En hoe gaat het verder met de kunstacademie aan de Onderwijsboulevard? Dit monument van naoorlogse Wederopbouw is bedreigd. We willen proberen dit pand op de gemeentelijke monumentenlijst te krijgen. En we willen dat de afdeling Erfgoed nog eens goed kijkt naar vergeten voorbeelden van jongere bouwkunst. Gebouwen uit onze jeugd, die deel uitmaken van ons collectief geheugen. Dat geldt behalve voor de kunstacademie, ook voor het Cementrum en voor de kruitfabriek De Kruithoorn.

 Ingestorte hoekpanden

Een markante gebeurtenis was het instorten van twee monumenten aan de Markt. Pal naast het gelukkig gespaarde huis van Jheronimus Bosch. Oorzaak was het ontbreken van goed toezicht op verbouw en doorbraken. Wij hebben de gemeente gevraagd om maatregelen om dit in de toekomst te voorkomen. Het ging om een opvallend, niet bijzonder fraai hoekpand en een laat achttiende-eeuws klokgeveltje. Dergelijke klokgeveltjes zijn in de achttiende eeuw vaker gebouwd, als verstening van middeleeuwse houten gevels. Deze gebeurtenis maakt weer eens duidelijk hoe belangrijk en nodig het is dat onze gemeentelijke diensten hun taak bij het handhaven van de bouwregelingen consequent en met de nodige gestrengheid uitoefenen. Daar moet desnoods maar meer capaciteit op worden ingezet, zeker als het gaat om beschermde monumenten. En als daarvoor  nog geen beleidsregel is, dan moet die er nodig komen. En zeker geen overdracht van dit toezicht aan de bouwwereld, zoals minister Blok nastreeft.

Maar de grote vraag is wat er nu op deze plek moet gebeuren. In onze ogen moeten we nadenken en een debat voeren over drie opties: volledige nieuwbouw in eigentijdse stijl, reconstructie van de oude bouwmassa’s in gestileerde vormen met eigentijdse details, of volledige reconstructie in de oude staat, met gebruikmaking van bewaarde materialen. Of, de laatste optie, kunnen en mogen we voor één keer teruggaan naar de houten gevels uit de tijd van Bosch?

Reconstructie of Eftelingisering?

In de tentoonstelling De Stad van Bosch in het Groot Tuighuis kunnen we in prachtige digitale beelden de middeleeuwse huizen op deze plek nog zien. Er zijn daar ook beelden van de middentoren van de kathedraal, de vestingmuren, etc. Het is een verleidelijk beeld. En kijkend naar de Sint Jansgarage zien we dat reconstructies hier tot een prachtig stadsbeeld hebben geleid waar niemand over klaagt. De terugkeer van de waterpartijen en de reconstructie van een deel van de oude vestingmuur vormt een schitterende toegang tot de stad. Ook de nog net in 2015 gereed gekomen Stadsput is langzamerhand en zonder veel discussie achteraf in het stadsbeeld opgenomen.

 Schoonheid door harmonie

Bij de ingestorte panden aan de Markt speelt het verlangen naar het herscheppen, het reconstrueren van een gebouw in een ideale toestand. Dat is typerend voor de romantiek van de negentiende eeuw. De geschiedenis was immers maakbaar en kathedralen en kastelen werden ingrijpend gerestaureerd. Historische stijlen volgden elkaar op. Die cyclische terugkeer van het verleden werd in de eerste naoorlogse decennia onderbroken door een eenzijdig functionalisme, maar is nu weer helemaal terug. Denk maar aan Brandevoort of de kastelen bij Engelen. En in een historische stad geldt schoonheid door harmonie! Ook de monumentenzorgers beginnen dat te begrijpen. Ook bij architecten lijkt imitatie geen taboe meer. Het bordes van het stadhuis, huize De Moriaan, de torenspits van de Sint-Jan, de gevels van Van Lanschot en delen van de vestingmuren zijn opnieuw gemaakt, gereconstrueerd. Ze horen er weer bij, niemand neemt er aanstoot aan. Wat niet wil zeggen dat we in de binnenstad nu alleen nog maar historiserend moeten bouwen of reconstrueren. Maar schoonheid en harmonie moeten wel voorop staan. Geen Hollywood decors maar een levende stad met respect en liefde voor zijn wording, zijn verleden, zijn heden en zijn toekomst. Met dat uitgangspunt is misschien zelfs wel van het ooit lelijkste gebouw in onze stad, het voormalige gebouw van het Brabants Dagblad, nog iets moois te maken.

Discussie

Wij willen met dat laatste uitgangspunt wel de discussie aangaan over de toekomstige invulling van de hoek van de Markt. Tegen de achtergrond van de boven al geschetste mogelijkheden, variërend van eigentijdse nieuwbouw tot reconstructie van de middeleeuwen. Een discussie die ons lessen kan leren over de toekomstige invulling van de zojuist opgegraven Pieckepoort. En zolang we die discussie kunnen voeren en er over en weer geluisterd wordt, gaat het goed met de stad ’s-Hertogenbosch.

 

 

.

Steun ons door uw bijdrage

Stichting 's-Hertogenbossche Monumentenzorg is voor haar bestaan financieel afhankelijk van giften van particulieren en van sponsoren.

Draagt u 's-Hertogenbosch een warm hart toe, steun ons dan om deze prachtige historische stad te behouden voor toekomstige generaties.

Wellicht kan de stichting ook iets voor ú betekenen. Neem hiervoor vrijblijvend contact met ons op en we bespreken graag met u de mogelijkheden!

Fotogalerij

De fotogalerij toont diverse objecten in het Bossche.

NEEM CONTACT MET ONS OP