State of the Monument 2014


State of the Monument

Waar staan wij bij beoordeling van het monumentenbeleid in vergelijking met het afgelopen jaar. Ik wijs op de Grote Monumentengemeentetest van Heemschut december 2013. Rapport of thermometer?

Voorbeeldige stad

We zien steeds meer dat de terugtredende overheid steeds meer zorg bij de burgers wil leggen. Maar zijn wij daar klaar voor? Weten we wat ons te doen staat? Het monumentenbeleid in de stad lijkt eigenlijk prima op orde wat betreft de omgang met de beschermde gemeentelijke en rijksmonumenten. De restauratie en reconstructie van de vestingwerken, de restauratie van ondermeer de vroegere manege aan de Hekellaan en de garage van Pompen en Verlouw zijn uitstekende voorbeelden.

Punt van zorg is wel de omgang met de interieurs: met de nieuwe regels kan er ongezien veel verdwijnen. Ook het roerende erfgoed is nog steeds niet echt veilig. Maar dit jaar nog komt er een sterk gemeentelijke erfgoedcluster, waarin archief, bouwhistorie en archeologie elkaar verder gaan versterken. Nu nog meer geld voor archeologisch onderzoek, want dat levert broodnodige informatie voor planvorming, zoals bij het GZG-terrein.

Wat betreft particulier initiatief: de jaarlijkse bekroning van een goede restauratie en de herplaatsing van verdwenen monumentjes gebeurt dankzij de werkgroep Het kleine monument van de Kring Vrienden. Ook positief is de aandacht voor herbestemming in de gemeentelijke projectgroep. Zeer erg nodig met de dreigende leegstand van onder meer monumentale kerken en grote complexen.

Levende monumenten

Immers, bij de zorg voor ons historisch erfgoed is niet alleen de instandhouding, het fysieke behoud  van onze monumenten en het ‘historisch decor’ van groot belang. Even belangrijk is het ‘levend houden’ van onze monumenten. Een goed voorbeeld is de restauratie en vernieuwing van de De Gruyterfabriek waar wij u ontvangen. Wij schreven de gemeente eerder over het GZG-terrein waarin vele monumentale gebouwen door verwezenlijking van het Agoraconcept een goede nieuwe bestemming kunnen krijgen. Dat er wellicht een University College komt in klooster Mariënburg is een geweldige impuls voor het soms wat gezapige klimaat van onze stad. Jong talent brengt nieuw leven.

Er vallen ook gaten

Maar kunnen monumentenclubs nu zorgeloos achteroverleunen? Nee, want de terugtredende overheid laat ook gaten vallen! Die vallen juist in de randgebieden van de erfgoedzorg en de aandacht voor het stadsbeeld. Het gaat dan om ruimtelijke ordening: bestemmingsplannen en welstandszorg. Twee in het oog springende zaken met grote consequenties zijn de nieuwe gevel van Zara en de muur bij de Van der Does de Willeboissingel. In beide gevallen bieden bestemmingsplan en beschermd stadgezicht geen bescherming tegen ongewenste ontwikkelingen. Dit is nu echt de rafelrand van de monumentenzorg. We staan hier met lege handen. En dat zou niet moeten.

Tegen de nieuwe gevel van Zara is geen bezwaar en beroep mogelijk. In onze ogen zijn hier maar twee opties: behoud van de bestaande gevel als voorbeeld van naoorlogse stedelijk vernieuwing of terughoudende nieuwbouw, passend in maat en schaal van de oude stad. De glazen appartemententoren op de hoek van de Van der Does de Willeboissingel en de Stationsweg – waar wij met anderen heftig tegen protesteerden – is gelukkig niet doorgegaan. Maar binnen het bestaande bestemmingsplan is de bouw van de hoge bakstenen muur die past in het historische beeld helaas niet af te dwingen. Het wordt nu een niet passend hekwerk….

Theater

Dan zijn er de plannen voor het Theater aan de Parade. Los van de manier waarop gerenommeerde architecten hier gaan ontwerpen en plannen is dit een doodgeboren kindje. Een dergelijk overspannen project op een zo kwetsbare locatie binnen het beschermde stadsgezicht kan alleen maar leiden tot een debacle. Een veel te grote bergkast in de huiskamer van de stad! Een speerpunt voor de komende jaren: het met alle middelen tegengaan van deze onverantwoorde ingreep in het hart van de stad.

Er zijn veel betere en passendere locaties te vinden voor een spraakmakend gebouw, een icoon van onze tijd. Een theater dat de potentie heeft om op termijn waardevol erfgoed te worden, zoals bijvoorbeeld de Tilburgse schouwburg. Dat is op de beoogde locatie zeker niet mogelijk, omdat daar met alle beperkingen niet kan worden gekozen voor kwaliteit. Dat was in de jaren zeventig al zo en het is nu niet anders.

Kwetsbare maat, schaal en vorm

Maat, schaal en vorm van onze stad zijn en blijven enorm kwetsbaar. Dat geldt ook bij het GZG-terrein. Als daar een private investeerder wegvalt, staan de monumenten te verpieteren. En maat, schaal en vorm van de beoogde nieuwbouw staan nog lang niet vast. Het lijkt de goede kant uit te gaan, maar blijft een uitdaging, samen met de herontwikkeling van de Zuid-Willemsvaart.

De stad heeft immers zijn bloei met name te danken aan de strategische ligging op een knooppunt van weg- en waterwegen en later ook de spoorwegen. Het besluit van de gemeente, om de vaart door de stad niet te dempen, maar als historisch artefact te behouden en meer geschikt te maken voor pleziervaart en andere watersport gerelateerde zaken vinden wij een goede zaak. ‘De kanaal’ met zijn parallelwegen is ook een belangrijke historische toegang tot de stad vanuit het oosten.

Wij zijn benieuwd welke visies nu worden ontwikkeld en wij willen ons de komende jaren daar ook graag voor inzetten. Vooral rond de Citadel en de Waterpoort op de kop van de Haven kunnen de verminkingen  nu worden hersteld. Samen met herstel van de schutsluis in fort Crèvecoeur kan een prachtige historische watertoegang tot de oude stad ontstaan. Dat geeft weer nieuwe aandacht voor de Stelling van ‘s-Hertogenbosch en de restanten van de Linie 1629, toch een breuklijn in de geschiedenis van de stad. Hier heeft de Groene Vesting al veel goeds bereikt. Samenwerking met de buurgemeenten kan hier nog veel meer opleveren.

Sterke regie en meedenken

Veel gaat goed, sommige dingen vragen aandacht. Vooral de rafelrand van de monumentenzorg: welstand en ruimtelijke ordening en de nieuwe ontwikkelingen die mogelijk zijn rond ‘de kanaal’, het GZG-complex en de Stelling van ’s-Hertogenbosch. Veel kan goed gaan, veel kan onherstelbaar mislopen.

Die mogelijkheden vragen een sterke regie vanuit de gemeente en hebben grote invloed op maat, schaal en vorm van onze stad. Die drie woorden vormen haast een mantra. Als Stichting ’s-Hertogenbossche Monumentenzorg willen we hier graag meedenken.

Conclusie

Het is het al beter dan in 2013, maar het rapport sluit voor ons op een 7-. Maar als de theaterplannen worden doorgezet uit kleinsteeds conservatisme verandert het eindoordeel van een 7 in een diepe onvoldoende, dit zou jammer zijn.