State of the Monument 2019

Beeldmerk ’-Hertogenbossche Monumentenzorg

15 augustus kopt de krant: “Gezocht: gewone Bosschenaren over de toekomst van de stad.” De gemeente wil het gesprek met de inwoners aan over de toekomst van de stad, m.a.w. Men wil achterhalen waar de doorsnee Bosschenaar, zo die al bestaat, zich zorgen over maakt. Een prima zaak en dus wil ik met een lichte parafrase, in het kader van de State of the monument 2019 namens onze stichting; de Stichting ’s-Hertogenbossche Monumentenzorg een enkele zorg publiekelijk inbrengen.

Ik stel me daarbij hardop de vraag: “Gaat hier dan niet alles goed? “Kijk eens naar het Gasthuiskwartier, dat krijgt steeds meer vorm in een mooie verkaveling met afwisselende gevels. Helaas is de Hoge Nieuwstraat niet hersteld, maar hier komt iets nieuws en groeit zo te zien iets moois. Traditionele materialen en nieuwe vormen passen hier goed. Het wordt een fraai stukje stad, dat is zeker. Niet voor niets hebben wij in de klankbordgroep daar ook steeds voor gepleit: kwaliteit door maat, schaal en korrelgrootte, precies passend bij de kwaliteiten van onze historische binnenstad.

Het roept tegelijkertijd de vraag op: Hoe gaat het straks worden in het Zuidwalkwartier? Ook daar komt nieuwbouw en dus stellen we ons de vraag: “Wordt het hier ook aangepaste nieuwbouw?” En dan bedoelen wij net zoals in het Gasthuiskwartier: in maat en schaal passend binnen het beschermde stadsgezicht. Met handhaving van het waardevolle deel van het KPN-gebouw en met het terugdringen van de schaalvergroting in dit gebied door te streven naar herstel van de kleinschalige bebouwing, met name in de Oude Hulst als onderdeel van de eeuwenoude Beeweg. En wat is daarin de rol van het Justitiecomplex met zijn waardevolle zittingszalen? Wij vinden dat ons gemeentebestuur creatief en positief moet mee denken om hier -opnieuw- een waardevolle kwaliteit voor de binnenstad te realiseren.

Aan de vooravond van dit boeiende, ik meen 22ste Monumentenweekend, willen we niet achterblijven en hebben we een aantal van onze zegeningen geteld. En die zijn er. Een aantal van de wensen die we vorig jaar hebben uitgesproken lijkt in vervulling te gaan. Zo komt er een water- en vestingmuseum in het Kruithuis. Ook het gat aan de Markt zal worden gevuld. En nog op een redelijk subtiele manier ook, al blijven wij het jammer vinden, dat het oude en zo karakteristieke halsgeveltje niet meer terugkeert. Daarnaast blijven wij het betreuren, dat het verhoogde hoekpand geen fraaiere gevel-beëindiging krijgt. Extra deugd doet het ons, dat het buurpand “De Kleine Winst” eindelijk de zo gewenste bestemming als (t)Huis van Jheronimus Bosch krijgt. Tot zover zijn we dus redelijk content.

En hoewel wij weten, dat de haan meer lawaai maakt, dan de kip, die het ei legt, moet het ons van het hart dat we toch ook dit jaar weer een kritische kanttekening moeten plaatsen. Bij zaken, waarbij het ons opvalt, dat het daarbij meestal gaat om langlopende aangelegenheden, heel langlopende zaken zelfs. Blijkbaar zijn wij in ’s-Hertogenbosch niet van het impulsieve handelen. Dit dan in tegenstelling tot de vlugheid, het “lik op stuk” gebeuren, wat vaak vooral in de nieuwe media regeert.

Enerzijds heel goed die inertie, die traagheid, want dan is er tijd om alle besluiten goed te overdenken. Cement moet je geleidelijk laten drogen, dan hecht het beter. Anderzijds levert het niet altijd winst. Zeker niet als het stoelt op, of uitmondt in stroperigheid en taaie besluitvorming. En dat speelt ons inziens hier en daar best wel een rol bij de voortgang van besluiten. Soms kunnen wij ons niet aan het gevoel onttrekken, dat daarbij zelfs een zekere vorm van indolentie achter schuil gaat. Of meer in door-de-weekse taal: Is hier sprake van een zekere matheid? Heerst die binnen de boezem van ons College? Of is dat enkel schijn? Is het zorgvuldige doordachtheid, die trage besluitvorming, of heeft het iets weg van -vergeef me het woord: een tikkeltje (politieke) lamlendigheid? Dat laatste kan ik me niet voorstellen. Maar toch… Ik schets U een voorbeeld:

Stil, oorverdovend stil is het nog steeds –afgezien dan van het langsrazende verkeer– op en rondom het Wilhelminaplein. Geen spoor van een nieuwe integrale visie op dit plein. Met of zonder Pieckepoort, met of zonder vestingwerken, met of zonder water. Geacht College, wij dagen u uit: Kom met een visie en probeer die binnen een aantal jaren, al dan niet gefaseerd te realiseren, zoals dat eerder gebeurde met de aanpak van de vestingwerken. Die aanpak was en is een perfect voorbeeld, wat navolging verdient. 

De Afdeling Erfgoed is drukdoende met de naoorlogse bouwkunst in stad en omgeving. Een prima zaak, maar, wanneer kunnen we de eerste aanwijzingen van deze Wederopbouwmonumenten verwachten? Wij zijn buitengewoon nieuwsgierig en wachten al een tijdlang op een uitnodiging om samen met de afdeling de mouwen op te stropen en aan de slag te gaan.

Ook rondom de Sint Cathrien en het Sint-Jansmuseum heerst er rust en stilte. In het majestueuze orgel zit weliswaar weer wat muziek, al moet ik er in een en dezelfde adem aan toevoegen: Als het aankomt op uitvoeringen is het nog veel te weinig. Over Uw schouders roep ik dan ook het Kerkbestuur op, zich blijvend te beraden op de toekomst van dit uiterst belangrijke gebouw; dit pareltje voor de stad en ommelanden. Iets wat ook geldt voor het Sint-Jansmuseum. De zo unieke collectie bouwfragmenten en archivalia kan en moet nog veel beter ontsloten en gehuisvest worden!

Op de keper beschouwd ligt de oude stad er redelijk goed bij, maar er zijn ook gedeelten waarbij dat minder het geval is. Zo wordt een van onze pronkstukken, de Parade intensief, misschien wel te intensief gebruikt voor feesten en manifestaties. Met U willen wij best een boompje opzetten, eventueel onder het genot van een Bossche bol, croissantje en glaasje wijn, om samen te toosten op een voortvarender aanpak. De kastanjebomen eromheen takelen met de dag meer af, waardoor het plein in zijn huidige vorm, meer en meer een bijna moegestreden plek wordt. De pronkkamer van de “cultuurstad van het Zuiden” verdient toch zeker wel wat beters. Op zijn minst eist deze “goei kamer” een nieuw behangetje en een likje verf. Wordt het niet hoogtijd hier een visie voor te ontwikkelen? En bijvoorbeeld op korte termijn te kiezen welk soort bomen daar met het oog op morgen gaan komen. Dan kunnen die al aangekweekt worden om te zorgen dat we straks niet een kaal en open geheel krijgen.

Herhaling is de moeder van de perfectie. Dat indachtig treden wij ook vandaag opnieuw in herhaling. Maar het doet wel pijn om net als in 2017 en 2018 wederom te moeten eindigen met het theater aan diezelfde Parade. Er is nog steeds geen definitief plan. Wat we te zien hebben gekregen ziet er wat glazig uit. Hardop vragen wij ons af, hoe kan die glazen doos ooit passen binnen deze locatie? De gevels van de Parade zijn allesbehalve transparant en juist zij maken, zij vormen het plein door hun geslotenheid. En dat is juist hun grootste kwaliteit. Hebben de ontwerpers in voldoende mate kennisgenomen van de karakteristieken van het beschermde stadsgezicht, waarbinnen dit gebouw gaat verrijzen? Ik kan het me niet voorstellen, maar toch… Wij blijven kritisch volgen hoe de gemeente uit dit spagaat gaat komen. De kortgedingen zijn weliswaar gewonnen, maar de stad is voorlopig nog aan de verliezende kant.

Op het einde van mijn verhaal aangekomen, wens ik evenals voorgaande jaren, namens de Stichting ’s-Hertogenbossche monumentenzorg, vol vertrouwen, het Stadsbestuur, de Raad, alsmede alle medewerkers alle mogelijke succes. Zie ons, bij Uw op weg gaan, naar een verdere uitbouw van onze fraaie Hertogstad, daarbij als partners. De ene keer luid applaudisserend, de andere keer kritisch de materie volgend. Met U hebben wij slechts een doel voor ogen: nl. Samen aan dezelfde kant van het touw trekken, om de stad, haar stedelingen en haar bezoekers, een fantastisch decor te bieden, waarbinnen het goed wonen, werken en verblijven is.

Ik dank U

%d bloggers liken dit: